04 januari 2021

Taalambassadeurs in het zonnetje: Ferry Westenbrink

Cubiss is ontzettend blij met de Brabantse en Limburgse taalambassadeurs en zet ze deze zomer extra in het zonnetje. Gedurende de zomerweken publiceren we twee keer per week een portret van één van de Brabantse en Limburgse ambassadeurs. Vandaag maken we kennis met Ferry Westerbrink.

Ferry Westerbrink (49) uit Sint-Oedenrode werkt nu 28 jaar bij de sociale werkvoorziening WSD. Veel mensen kennen hem als de man die het centrum schoonhoudt. Wat niet iedereen weet, is dat hij jarenlang laaggeletterd was. Tien jaar geleden ging Ferry naar school om te leren lezen en schrijven. “Nu zeg ik gewoon dat ik niet goed kan lezen en schrijven. Ik heb geen ballast meer.”

Ferry groeide op in Hellevoetsluis, in een gezin met zes kinderen. Hij heeft zich thuis nooit gewenst gevoeld. “Mijn ouders hebben de laatste drie kinderen nooit gewild. Dat kreeg ik van jongs af aan mee en was daardoor thuis niet te handhaven.” Op vierjarige leeftijd ging hij naar een tehuis in Soesterberg. Daar ging hij ook naar school, maar dat ging niet lekker. “Ik was een driftkikker en wilde niets. Ik voelde me toch niet gewenst.” Hij was negen toen zijn ouders gingen scheiden. “Mijn vader was de hele nacht opgebleven. Die ochtend stond hij op uit zijn stoel, wij dachten dat hij naar bed ging, maar hij pakte zijn biezen en was weg.”

Na de roerige basisschooltijd kon Ferry ‘bekant niks’, niet lezen of schrijven. Hij probeerde weer thuis te wonen, maar dat ging niet. Zijn moeder had een nieuwe vriend gekregen, volgens Ferry een hele fijne stiefvader. “Hij heeft ervoor gezorgd dat ik naar het internaat in Boxtel ging”, vertelt hij geëmotioneerd. “Dat gaf wat rust en ik kreeg therapie. Het was ook goed dat ik bijna twee jaar geen contact had met mijn familie.”

Op het internaat leerde Ferry met luisterboeken en op zijn twintigste kwam hij in een gezinsvervangend tehuis in Sint-Oedenrode. Hij ging werken in de aanleg van bossen en sportvelden. Zoveel mogelijk, want dan hoefde hij niet naar school. Na een jaar stage en een jaar werk konden ze hem niets bieden. Ferry zat een half jaar thuis.

"Nu zeg ik gewoon dat ik niet goed kan lezen en schrijven"

 

Uiteindelijk kwam hij bij de WSD in de plantsoenen te werken. “Daar werk ik nu nog, na 28 jaar. Prima werk, maar ik vind machinewerk ook mooi. Helaas liep ik bij cursussen telkens tegen de lamp.” Ruim tien jaar geleden ging hij opnieuw naar school. “Het leren lezen ging moeizaam. Zelf lezen gaat wel goed, maar bij voorlezen gaat het verkeerd.” Zijn vrouw Hetty ging ook mee naar de lessen en is ook actief als taalambassadeur. “Zij heeft moeite met rekenen, ik met lezen en schrijven. We vullen elkaar mooi aan.”

Lange tijd dacht Ferry dat hij de enige was, maar door de lessen weet hij dat dit niet zo is. Hij is vrijer sinds de cursus en vertelt als taalambassadeur hoe het is om niet goed te kunnen lezen en schrijven. “Ik kende niet veel mensen in het dorp, nu kennen de mensen mij.” Ferry hoopt op herkenning bij de mensen. “Bij de WSD hebben we een filmpje gemaakt en daarmee hebben we zo’n 32 mensen naar school gekregen. Dat is mooi, want er gaat een wereld voor je open.”

Alle taalambassadeurs uit deze serie zijn aangesloten bij onze samenwerkingspartners Stichting ABC of Arcus Taal.

Tekst: Tefke van Dijk
Fotografie: Boyd Smith Photo

Meer weten?
Neem contact op met: