02 april 2019

De Reinaerttrofee

Hoe kinderen hun woordenschat weer wat kunnen opkrikken

De commentaren van de jongerenjury zijn het leukst. Ze zijn met zijn negenen, acht meisjes en een jongen van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond. ‘Wie had ooit gedacht dat wij nog eens een boek over snelwegen zouden gaan lezen, ‘ zeggen ze bijvoorbeeld over Oude Wegen van Mathijs Deen. Diezelfde Mathijs Deen zal later die middag de Halewijnprijs winnen, de literatuurprijs van de gemeente Roermond voor ‘onweerstaanbaar’ onbekend literair talent.

Bibliotheek Bibliorura verzorgde afgelopen zondag de uitreiking van de Halewijnprijs en begeleidde de jongerenjury die uit de zes genomineerden een winnaar koos voor een eigen prijs: de Reinaerttrofee. De uitreiking vindt plaats in het schitterende Royal Theater, opgericht in 1932 als stadsschouwburg en bioscoop en tot 2012 in gebruik als filmhuis. De originele sfeer van het theater is daar nog steeds aanwezig: je kaartje krijg je aangereikt vanuit de authentieke halfronde kassacabine, binnen in de foyer verspreiden schelpvormige Art Deco wandlampen een zacht licht.

Dit jaar is de prijsuitreiking anders aangepakt dan voorgaande jaren: de prijswinnaar wordt pas op de middag zelf bekend gemaakt. Eerst krijgen de zes genomineerden het podium. Bij Meindert Talma, de ‘onbekendste popster van Nederland’ gaat het over Hayo, de godvrezende SRV-wagen rijdende melkboer uit het Friese Surhuisterveen voorbij. Matthijs Deen vraagt zich af of hij wellicht genomineerd is voor de prijs vanwege zijn grootvader, die in de jaren twintig onder onopgehelderde omstandigheden onverhoopt uit Roermond is vertrokken. Peter Lenssen houdt een betoog tegen het ‘krankjoreme fenomeen van ranglijsten’, boeken zijn immers niet als potten pindakaas met elkaar te vergelijken, maar uiteindelijk zwaait hij de gemeente Roermond lof toe voor het initiatief om onbekende schrijvers in het zonnetje te zetten. Bij Emily Kocken schrikt de zaal op als er - hoe ongepast - een mobiele telefoon lijkt af te gaan; het blijkt de jodelmuziek te zijn die ze beluisterde tijdens het schrijven van haar boek.

Na de schrijvers is het de beurt aan de jongerenjury. Hun commentaar doet denken aan wat Kees Fens in zijn beroemde lezing Het beslissende boek zei over de twee manieren waarop je over literatuur kunt praten. De ene manier is met gevoel, dan kom je niet veel verder dan dat het boek mooi was, of niet. De andere manier is technisch, over zaken als stijl, thema en woordkeus, in wat Fens een ‘kunstmatige taal’ noemt, een taal die van elk gevoel is ontdaan. De leerlingen van de jongerenjury lijken een vorm gevonden te hebben die beide talen met elkaar verbindt. Over het zeer literaire De kuur van Emily Kocken zeggen ze bijvoorbeeld: ‘Verrassend genoeg was het voor ons allemaal heel interessant, zelfs zonder dat we de Toverberg hebben gelezen.’ En over Over de Taag van Peter Dekkers: ‘Het boek is erg goed te lezen voor kinderen van onze leeftijd. Soms gebruikt hij moeilijke woorden, maar dan kunnen we onze woordenschat weer wat opkrikken.’ De Reinaerttrofee rijken ze tenslotte uit aan Pleisterplaats Bellevue van Peter Lenssen. Dat boek opende hen op meerdere manieren de ogen, vanwege de keuze voor de hoofdpersoon (‘Dat het personage een homo is vonden we, tja, wel interessant’) en het zeer actuele onderwerp: ‘Terroristische aanslagen komen veel voor. Daar lezen we niet vaak over in een boek en daar zouden we wel vaker over willen lezen.’

Na de uitreikingen interviewt docente Nederlands Rita Vrij Özcan Akyol. Het verhaal van ‘Eus’ is welbekend: analfabete ouders, geen boeken in huis en een jeugd op straat. In de jeugdgevangenis krijgt hij voor het eerst een boek in handen: ‘Ik heb me letterlijk uit dat milieu gelezen.’ Inmiddels is hij schrijver en bezig aan zijn derde roman. Als zelfbenoemd zendeling reist hij tegenwoordig scholen af om met leerlingen te praten over boeken.

Tijdens het gesprek ontpopt Akyol zich als een waardig opvolger van schrijver en leesbevorderaar Aidan Chambers: ‘Het systeem waarmee wij jongeren laten lezen voor hun lijst is gedateerd. Laat ze lezen wat zij interessant vinden en laat ze praten over boeken.’ Ze zijn het vaak eens, Akyol en Vrij. Maar af en toe is er ook discussie. ‘Je moet je als docent niet bemoeien met de intentie van leerlingen om een boek te lezen,’ zegt Akyol dan. Vrij haalt Bordewijk aan: ‘De leraar moet niet dalen, de leerling moet stijgen.’ ‘Dat is een heel andere tijd, Rita,’ zegt Eus. ‘Toen mochten leraren ook nog gewoon een pets uitdelen. Als ik dat mocht, zou ik die leerlingen ook wel aan het lezen krijgen.’

In de zes jaar dat hij nu op scholen komt is hij cynisch geworden, zegt Akyol. Er verandert weinig: ‘Dan heb je daar Tim Krabbé weer met z’n gouden ei. Een mooi boek hoor, daar niet van, maar er is zoveel meer verschenen intussen.’ Toch is er ook hoop, vindt Akyol. Laatst sprak hij een oud-onderwijzer, die zich in een ingezonden brief had beklaagd dat Akyol te moeilijke woorden gebruikte in zijn columns. Nee, dan de jongeren van Broekhin, zegt Akyol, die kijken daar veel intelligenter naar. Die zeggen gewoon dat ze hun woordenschat weer wat kunnen opkrikken.

Foto: Reinaerttrofeewinnaar Peter Lenssen met Özcan Akyol.

 

 

 

 

 

Meer weten?
Neem contact op met: