Onderzoek: meertaligheid benutten binnen DigiTaalhuizen
Hoewel DigiTaalhuizen zich ook richten op de NT1-doelgroep, bestaat het grootste deel van de bezoekers uit NT2-leerders. Hun eerste taal is vaak de taal van thuis, de taal waarin zij denken, voelen en communiceren. Die taal kan een waardevolle rol spelen bij het leren van Nederlands.
Taal als brug
In het onderwijs is hier steeds meer aandacht voor: onderzoek laat zien dat het benutten van meertaligheid het leren kan versterken. Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Door uitleg, overleg of ondersteuning in een vertrouwde taal voelen deelnemers zich zekerder en begrijpen zij sneller wat er gebeurt. Dit kan op verschillende manieren: via medecursisten, vrijwilligers, meertalige materialen of digitale hulpmiddelen.
Onderzoek
We onderzoeken wat er nodig is om meertaligheid beter te benutten binnen DigiTaalhuizen en Taalcafés. In mei is onder alle DigiTaalhuis- en taalnetwerkcoördinatoren in Brabant daarom een vragenlijst uitgezet. Hoe staan zij tegenover deze ontwikkeling? Gaan zij meertaligheid meenemen bij Nederlands leren via het DigiTaalhuis/Taalcafé? Is er al een breed aanbod van materialen voor NT2? Hebben zij behoefte aan ander aanbod of ondersteuning van hun vrijwilligers?
Uitkomsten
De kernconclusie uit de antwoorden is dat meertaligheid aanwezig is in het DigiTaalhuis, alleen wordt het nog niet structureel meegenomen in het aanbod. Door dit wel actief te gaan gebruiken, sluiten DigiTaalhuizen beter aan bij de mensen die er daadwerkelijk komen.
Vervolg
Er is nu een plan geschreven over de visie op meertaligheid in DigiTaalhuizen. Tijdens de bijeenkomst voor DigiTaalhuis- en taalnetwerkcoördinatoren Brabant op 8 oktober worden de uitkomsten van de vragenlijsten en het plan gepresenteerd. In deze bijeenkomst wordt ook de vraag uitgezet welke twee DigiTaalhuizen mee willen doen in een pilot voor het inzetten van de thuistaal bij het leren en oefenen van Nederlands door NT2-deelnemers.
Wil je hier meer over weten? Dan kun je contact opnemen met Ank Mooren.