We zijn allemaal verantwoordelijk om laagtaalvaardigheid in Brabant te voorkomen en bestrijden

Een gesprek met Maurice D’haene, programmaleider Cubiss Brabant

In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat zijn ongeveer 1 op de 6 mensen (18%)[1].
Eind 2018 onderzocht Markteffect in opdracht van Cubiss hoe het ervoor staat met de taalvaardigheid van de Brabantse beroepsbevolking.

Zij gebruikten de Taalmeter 1F van Stichting Lezen & Schrijven om de lees- en taalvaardigheid van ca. 500 Brabanders in kaart te brengen. Hieruit kwam naar voren dat ongeveer 11% van de Brabanders, van 15 jaar en ouder, laagtaalvaardig is. Ze kunnen lezen en schrijven, maar op een lager taalniveau dan waarmee je de basisschool hoort te verlaten. Je kunt je voorstellen dat je dan niet voldoende bent uitgerust om zelfstandig te kunnen deelnemen in de maatschappij. Zeker niet in deze digitale wereld waarin alles steeds sneller gaat. 

Verschillen in leeftijd, regio, opleiding en moedertaal 

In de leeftijd van 45 tot 65 jaar valt op dat slechts 4% laagtaalvaardig is. 19% van de 65-plussers is laagtaalvaardig, dat is veel meer dan in andere leeftijdscategorieën. De categorieën 15-30 jaar (14%) en 30-45 jaar (12%) kennen relatief veel laagtaalvaardigen. Best verontrustende cijfers, vindt Maurice D’haene, programmaleider Cubiss Brabant: “Er komt een generatie aan die minder duurzaam inzetbaar is. Tussen de 15 en 45 jaar hebben veel mensen moeite met lezen en schrijven. Waar dit precies door veroorzaakt wordt binnen deze categorie willen we nog onderzoeken, maar feit is dat er een probleem voor ons ligt. Deze generatie gaat het steeds zwaarder krijgen met de digitaliserende wereld waar steeds meer van onze digitale vaardigheden en dus ook van onze taalvaardigheid wordt verwacht. Een veiligheidsinstructie-update wordt niet meer mondeling toegelicht, die krijg je via de mail. Als je niet bijblijft, zijn de gevolgen voor werknemer én werkgever niet te overzien. Meer ongelukken, meer verzuim. En oudere werknemers hebben niet de vaardigheid om omgeschoold te worden. Dan kun je misschien je functie niet meer blijven uitvoeren.” 

“We zien in de uitkomsten grote verschillen per regio. Ook zijn er verschillen in opleiding en moedertaal. Brabanders met een praktische opleiding zijn minder taalvaardig dan theoretisch opgeleiden. Ook de moedertaal is van grote invloed op de uitkomst van de taalmeter.  
In Nederland heeft 57% van de laaggeletterden een baan. “Wat opvalt uit het onderzoek zijn de cijfers van werkende Brabanders met een Nederlandse afkomst: 65% van de werkende laagtaalvaardigen in Brabant is van Nederlandse afkomst. Ook deze groep verdient zeker onze aandacht.” 

Laagtaalvaardige Brabanders missen ook andere belangrijke vaardigheden 

Om deel te kunnen nemen aan de maatschappij heb je een aantal basisvaardigheden nodig, zoals het kunnen lezen, schrijven en rekenen, maar ook digitale, financiële, sociale en juridische vaardigheden en gezondheidsvaardigheden. 

Daarin zien we een belangrijk verband, want mensen die moeite hebben met lezen en schrijven missen vaak ook de andere vaardigheden. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Het is lastiger om werk te vinden, je financiën op orde te houden of om een bijsluiter van medicijnen te lezen. 
Daarom onderzocht Markteffect ook de digitale, financiële en gezondheidsvaardigheden van Brabantse burgers. 

Digitale, financiële en gezondheidsvaardigheden 

We zien dat ouderen zich in mindere mate kunnen redden in een digitale omgeving dan de jongere generaties. De vraag is of dit een probleem is. Hebben zij hier zelf last van in hun dagelijkse activiteiten of redden zij zich?  

D’haene: “Ons oog viel vooral op de financiële vaardigheden. De groep 15-45 jaar ontvangt wel eens rekeningen die ze niet zagen aankomen of die hoger zijn dan verwacht. Zij sparen vaker onvoldoende om meteen een nieuwe koelkast te kunnen kopen dan oudere generaties. Zij hebben vaker schulden, betalingsachterstanden of leningen dan ouderen. Ze hebben ook meer moeite met het lezen, begrijpen, controleren en interpreteren van financiële producten en rekeningen dan ouderen. Jongeren zijn zich nog niet altijd bewust van hun financiële situatie en kunnen daar wel wat hulp bij gebruiken.” 

Idealiter zouden financiële dienstverleners, zoals hypotheekverstrekkers, verzekeraars en incassobureaus hun communicatie moeten vereenvoudigen, zodat deze begrijpelijk wordt voor iedereen. Anderzijds kan door het aanpakken van laaggeletterdheid ook een stap door de mensen zelf worden gemaakt. “We hebben een mooi voorbeeld van een deurwaarder die dankzij het vereenvoudigen van zijn correspondentie een groot deel van de schulden wist op te lossen.” 

D’haene stelt dat ook ziekenhuizen in Brabant en Limburg het belang van heldere communicatie onderkennen. “Het komt vaker voor dan je denkt, dat iemand nuchter bloed moet laten prikken, maar dat ze toch gegeten hebben. Nuchter betekent toch dat je geen alcohol mag drinken? Of iemand die het niet lukt om een tablet oraal in te nemen, want ‘Het past niet in mijn oor’.” Uit het onderzoek bleek ook dat Brabanders tussen de 15-30 jaar vaker hulp nodig hebben om de bijsluiters/folders te begrijpen dan respondenten van 65 jaar of ouder. Zij vinden het ook moeilijker om de gevonden informatie te gebruiken in het dagelijks leven en ze hebben vaak moeite met de kritische vaardigheden. We zagen hier ook een verschil in regio. Zo hebben inwoners van West- en Midden-Brabant meer moeite met deze vaardigheden dan inwoners van andere regio’s.  

Investeren in taal loont 

Niet alleen financiële en zorginstellingen spelen hierin een rol, ook bedrijven zouden hier veel meer in kunnen betekenen. In veel bedrijven werken laagtaalvaardigen zonder dat collega’s dit weten. Werkgevers zijn zich nog onvoldoende bewust van de aanwezigheid van laaggeletterde medewerkers. PricewaterhouseCoopers rekende uit dat laaggeletterdheid de Nederlandse samenleving op jaarbasis bijna € 1 miljard kost. De grootse kostenposten zijn extra zorgkosten, uitkeringen en gemiste arbeidsproductiviteit. “Via het bedrijfsleven kunnen we laagtaalvaardigen traceren en helpen. Daarom zijn we volop bezig om werkgevers bewust te maken van de problematiek.” 

Cubiss bereikt de laagtaalvaardigen steeds beter. Samen met de netwerkpartners. Ook als het gaat om niet-werkende laagtaalvaardigen. Daarom is Cubiss momenteel bezig om professionals van bijvoorbeeld de sociale dienst en toeleiders die veel met praktisch geschoolden en/of laagtaalvaardigen in aanraking komen, te leren hoe zij deze mensen kunnen herkennen en op een respectvolle manier kunnen doorverwijzen. “Je kunt niet zomaar tegen iemand zeggen: “Ik zie dat jij niet goed kunt lezen of schrijven, jij hebt hulp nodig”.” 

Laaggeletterden zoeken zelf niet snel hulp, uit schaamte of omdat ze de weg niet weten. Of omdat er nu geen probleem voor hen is. Omdat dit wordt opgelost door de partner of de kinderen. Pas als er een levensvormende gebeurtenis is, denk aan het overlijden van de partner, werkloosheid of omscholing, dan komt de hulpvraag. 

D’haene: “Vaak wordt er naar laagtaalvaardigen gekeken alsof ze niets kunnen. Onzin. Of; laten we ze leren lezen en schrijven. Maar die stap is veel te groot. Misschien wil iemand wél leren hoe hij/zij iets op Marktplaats zet. Of wil iemand hulp bij het lezen van recepten. Laten we vooral kijken waar behoefte aan is.” 

Er worden steeds vaker camouflageactiviteiten georganiseerd; lezen en schrijven zonder dat mensen bewust zijn dat ze met taal bezig zijn. Cubiss kijkt samen met onder meer bibliotheken, werkgevers en welzijnsinstellingen welke taalcamouflage-activiteiten zij samen op kunnen zetten, zodat steeds meer laagtaalvaardigen gevonden en overtuigd worden. 

Maurice D’haene: “Het probleem van laagtaalvaardigheid is urgenter dan ooit en krijgen we niet in één keer opgelost. Laaggeletterdheid is een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dus laten we nog meer samenwerken, zodat we ook bestaande initiatieven breder kunnen uitzetten. De regering wil de komende vijf jaar flink investeren om laaggeletterdheid te bestrijden. Overheid, gemeenten, onderwijs, bibliotheken, werkgevers én werknemers kunnen nog meer doen om samen met Cubiss laaggeletterdheid te voorkomen en bestrijden. 

Investeren in taal loont, absoluut. Maar daar moeten we wel wat voor doen. Samen.” 

Factsheet Taal op het werk

Bekijk hier de Factsheet Taal op het werk voor werkgevers met goede voorbeelden van diverse organisaties die aan de slag zijn gegaan met taal op het werk.  

Bekijk hier de onderzoeken van Markteffect:

[1] Bron: Stichting Lezen & Schrijven