18 februari 2019

Nieuw in Brabant, en dan? 
Olha Szklarska aan het woord

Hoe is het om als niet-Nederlander naar Brabant te verhuizen? Waar loop je in het dagelijks leven tegenaan?

Het projectteam Versterken Taalvaardigheid zet zich in opdracht van de provincie Brabant in om taalvaardigheid in Brabant te bevorderen. Het project kreeg daarbij drie extra aandachtsgebieden van de provincie, waaronder 'Nieuwe Brabanders'. Nieuwe Brabanders zijn niet in Nederland geboren, ze zijn hier op latere leeftijd gekomen. Ze zijn hier om verschillende redenen, het gaat om expats, vluchtelingen, arbeidsmigranten en statushouders. Als je niet in Brabant geboren bent en je wilt wel deel uitmaken van de samenleving, hoe doe je dat? Waar loop je tegenaan?
We hebben enkele mensen geinterviewd. De komende weken publiceren we een portret. 

Elf jaar geleden kwam de Oekraïense Olha Szklarska (45) samen met haar Poolse man en half jaar oude zoontje Alex naar Nederland. Haar oudere zoon Rostik (nu 24) kwam vier jaar later. Vooral ouderavonden op school waren lastig en ook het regelen van gemeentezaken is niet eenvoudig als je de taal niet kent. “Ik zou wel Nederlandse vrienden willen hebben, maar ook daar is de taal een probleem. Een extra reden om Nederlands te leren.” 

Rostik werd geboren in Oekraïne en maakte de eerste reis met zijn moeder naar Polen. “Oekraïne is een arm land”, vertelt Olha via een tolk. “Ik had wat geld gespaard en ben met mijn kind onder de arm naar Polen gegaan, op zoek naar een beter leven.” Ze vond het geluk destijds in het huwelijk met haar Poolse man. Hij ging voor werk naar Nederland en Olha volgde hem. Deels deed ze dat ook voor de kinderen. “Kinderen hebben het hier makkelijker dan in Polen. Daar moeten ze veel naar school met zware boeken en veel huiswerk. Hier hebben ze meer jeugd.” 

‘Voor de Nederlandse nationaliteit moet ik eerst Nederlands leren’ 

In het begin vond Olha het niet makkelijk in Nederland. Dat had te maken met de cultuur maar ook met de taal, die niets wegheeft van de talen die ze kent. Ook was het lastig een huis te vinden. “Het eerste jaar woonden we in een caravan, daarna vier jaar in een bungalow. Vier jaar geleden kochten we een huis.” Haar man leerde op zijn werk al snel Nederlands spreken. Bij Olha was dat minder eenvoudig. Ze werkte drie jaar als schoonmaakster en leerde daar wat Nederlands. Ook kreeg ze hulp van haar buurvrouw. Helaas hield het huwelijk geen stand en Olha ligt nu in scheiding. 

Thuis praat ze Pools met de kinderen omdat ze het belangrijk vindt dat ze die taal niet vergeten. Alex is opgegroeid met Nederlands en gaat over een jaar naar het gymnasium. Rostik werkt nu als kok. Hij was zeventien toen hij naar Nederland kwam en naar school ging. “De Nederlandse taal had hij in negen maanden onder de knie. Hij heeft nu de Nederlandse nationaliteit. Dat wil ik ook, maar daarvoor moet ik eerst Nederlands leren.” Ze hoopt nu aan te kunnen sluiten bij een vrijwilligersnetwerk van leraren Nederlands die mensen in de avonduren willen helpen. 

Tekst: Tefke van Dijk
Fotografie: Vincent Mol

Meer weten?
Neem contact op met: