27 november 2019

Leesavontuur afgerond

Boeken en verhalen op de bso

Eind vorig jaar startte in de gemeente Loon op Zand het project Leesavontuur. Bij 6 bso’s gingen kinderen 10 weken lang aan de slag met workshops ter bevordering van het leesplezier. Deze workshops werden begeleid door leesconsulenten van de Bibliotheek Midden-Brabant. Daarnaast werden de pedagogisch medewerkers van de bso's getraind om te zorgen dat verhalen vertellen en lezen een blijvende rol zouden krijgen op de bso’s. Het project is inmiddels afgerond. Wat kunnen we ervan leren?

Wie meer wil weten over de opzet van het project, de rol van de gemeente en de aanleiding, lees eerst dit artikel.

Bso ≠ school

Kinderen die naar de bso gaan, komen daar na hun schooldag. Ze hebben al een dag onderwijs genoten en willen vrij zijn. De pedagogisch medewerkers willen de kinderen ruimte bieden om te doen wat zij leuk vinden. Aan boeken en verhalen kleeft voor zowel kinderen als pedagogisch medewerkers een schools imago en daarom voelen niet alle bso-medewerkers zich comfortabel in een rol als leesbevorderaar.

Als we pedagogisch medewerkers wel zo’n rol willen geven, dan is het belangrijk ons aanbod op hen af te stemmen. Zij zien zichzelf misschien niet als leesbevorderaar, maar ze zijn wel altijd op zoek naar stimulerende activiteiten om de kinderen in hun groep leuke middagen en vakantiedagen te bezorgen. Boeken bieden een bron van inspiratie voor die activiteiten. Als we dat nog beter over de bühne krijgen, dan bieden we de pedagogisch medewerkers iets waar ze echt mee geholpen zijn.

Lezers en niet-lezers

Sommige pedagogisch medewerkers houden van boeken, andere niet. Wie al van boeken houdt, is eerder enthousiast over een project om lezen te bevorderen en doet vaak al meer met boeken, dan iemand die niet van lezen houdt. Uit de evaluaties met de pedagogisch medewerkers is gebleken dat zowel lezers als niet-lezers profijt hebben gehad bij de ondersteuning. Een bso-medewerkster verwoordde het zo: “We hebben echt honderd miljoen ideeën gekregen, terwijl ik vooraf dacht dat we al heel veel wisten. Superfijn!”. Om de positieve energie vast te houden is een goede opvolging van het project heel belangrijk. In de waan van de dag verdwijnt de aandacht voor boeken (zeker bij niet-lezers) anders snel naar de achtergrond.

Betrokkenheid

Over de workshops voor de kinderen was iedereen enthousiast. Bij sommige locaties waren telkens pedagogisch medewerkers aanwezig bij de workshops. Dit zorgde voor extra veel betrokkenheid en enthousiasme. Om organisatorische redenen is dit niet bij alle bso’s gelukt. Zonde, want het heeft echt meerwaarde om alles mee te krijgen en de workshops op andere momenten nog eens bij de kinderen aan te kunnen halen.

Bij sommige bso’s was Leesavontuur echt ‘iets van de bieb’. Dat is jammer, want je bereikt een groter effect als het project omarmd wordt door het team.

Organisatorisch waren er wat uitdagingen, vooral bij het plannen. Het hele traject heeft daardoor een half jaar langer gelopen dan vooraf bedacht.

Conclusie

Het merendeel van de pedagogisch medewerkers is positief over Leesavontuur. Of zoals een pedagogisch medewerkster het verwoordde: “Vetleuk project. Ik kan het iedereen aanraden.”

Ook Ank Joosen (relatiemanager Ank Joosen van de bibliotheek Midden-Brabant) is tevreden met de opbrengsten van het project: “Vooral hebben wij het gevoel dat er veel leuke en goede dingen gebeurd zijn en het echt veel pm-ers inzicht, kennis en inspiratie heeft gegeven met betrekking tot leesplezier. Ook het management van de verschillende organisaties is op alle vlakken lovend geweest over het project.”

Meer weten?
Neem contact op met: